Een zeer recent gepubliceerd groot internationaal onderzoek geeft inzicht in de cognitieve profielen bij mensen met 22q11DS in verschillende leeftijden. Een belangrijke bevinding is dat er vaak verschillen worden gezien tussen de verschillende onderdelen van het denken (verschillende IQ-domeinen). Dat is belangrijk voor ouders, omdat een totaalscore soms verbergt dat iemand op het ene gebied sterker is dan op het andere.
Onderzoekers van het International Brain and Behavior Consortium onderzochten onder leiding van Ania Fiksinski IQ-gegevens van 1328 mensen met 22q11DS, in de leeftijd van 6 tot 39 jaar. Zij bekeken vier onderdelen van intelligentie: verbaal begrip (VIQ), performale vaardigheden (PIQ), verwerkingssnelheid (PS) en werkgeheugen (WM).
Gemiddeld was de verwerkingssnelheid het sterkste onderdeel, gevolgd door het werkgeheugen, verbaal begrip en performale vaardigheden (Figuur 1). Het gaat hierbij om groepsgemiddelden. De uitslag van een individueel kind kan anders zijn en moet altijd worden bekeken in combinatie met dagelijks functioneren, schoolse vaardigheden en de ontwikkeling in de tijd.
Figuur 1. De gemiddelde scores op de vier IQ-onderdelen in de onderzoeksgroep.

De onderzoekers zagen daarnaast verschillen tussen leeftijdsgroepen. Op alle domeinen van het IQ was over de tijd een milde daling in scores zichtbaar, maar de timing van die afname verschilde per domein (Figuur 2). Ook vonden de onderzoekers dat IQ-scores lager liggen bij mensen met 22q11DS en een psychotische stoornis dan bij mensen met 22q11DS en zonder een psychotische stoornis. Het profiel, dus de relatieve sterkere en zwakkere IQ-domeinen, verschilde echter niet tussen deze twee groepen.
Figuur 2. Gemiddelde IQ-scores per ontwikkelingsfase.

Deze bevindingen onderstrepen het belang van herhaalde, brede onderzoeken van cognitieve vaardigheden (IQ). Zo kan duidelijk worden welke vaardigheden ondersteuning nodig hebben en welke sterke kanten juist kunnen worden benut. Een IQ-profiel is daarom geen vaststaand oordeel, maar een hulpmiddel om de ontwikkeling en begeleiding beter af te stemmen.
Bron: Fiksinski et al. (2026), Psychological Medicine. DOI: 10.1017/S0033291726105224.
Lees het volledige wetenschappelijke artikel

Scan de QR-code met de camera van uw telefoon.